Economische democratie begint op de werkvloer
Het is hoog tijd opnieuw te bepalen wat democratie werkelijk betekent.
Publicatie: 15 september 2025
Sinds de oude Grieken spreken we over democratie. We mogen stemmen, protesteren en onze mening geven. Toch ontbreekt er iets fundamenteels: democratie in de economie. De meeste mensen brengen het grootste deel van hun leven door op hun werk. Maar juist daar hebben zij het minste te zeggen..
In het kapitalisme moeten we onze arbeid verkopen aan een werkgever om te kunnen leven. We produceren goederen en diensten, maar de winst gaat naar iemand anders. Volgens Karl Marx is dit geen fout in het systeem, maar de kern ervan. Arbeiders creëren meer waarde dan zij terugkrijgen in loon. Dat verschil, de meerwaarde, wordt toegeëigend door de eigenaar. [1]
Zolang een kleine groep bedrijven bezit, blijft deze ongelijkheid bestaan. Politieke democratie zonder economische democratie blijft daarom beperkt. Je mag stemmen in het stemhokje, maar niet beslissen over wat je elke dag doet op je werk.
Dat is geen echte democratie. Dit is een leugendemocratie van de bourgeoisie. Dat is de macht van het kapitaal.
Van verzet naar opbouw
Vakbonden zijn het eerste wapen van de arbeidersklasse. Samen kunnen we hogere lonen, kortere werktijden en betere omstandigheden afdwingen. Zonder organisatie staat iedere werknemer alleen. Maar verzet alleen is niet genoeg. Alleen “nee” zeggen tegen het systeem verandert het systeem niet. We moeten ook laten zien hoe het anders kan.
Daarom zijn werknemerscoöperaties belangrijk. Deze coöperaties laten een nieuwe manier van democratie zien in de praktijk, zoals dat in een socialistische economie ook vorm zou gaan krijgen.
Wat is een werknemerscoöperatie?
Een werknemerscoöperatie is een bedrijf dat eigendom is van de mensen die er werken. Niet van de aandeelhouders, niet van de investeerders, maar echt van degene die het werk doen. Iedere werknemer heeft één stem en grote beslissingen worden samen genomen.
De werknemers bepalen hoe het werk wordt georganiseerd, hoe de winst verdeeld wordt, wie de leiding heeft, en wat er überhaupt geproduceerd wordt. Managers zijn verantwoording schuldig aan de werkvloer, niet aan aandeelhouders. Winst wordt niet uitgekeerd aan externe eigenaars, maar gaat terug naar de werknemers of naar investeringen in het bedrijf. Daardoor verandert het doel van het bedrijf in het zorgen voor stabiel werk, goede omstandigheden en nut voor de gemeenschap.
Dat is economische democratie in de praktijk.
Waarom zijn coöperaties nodig?
Socialisme wordt vaak besproken in abstracte termen: revolutie, staatsmacht, systeemverandering. Maar veel mensen willen iets concreters weten: Hoe ziet werk eruit zonder kapitalisten?
Werknemerscoöperaties geven daar een direct antwoord op.
Econoom Richard Wolff laat zien dat wanneer arbeiders samen beslissen over productie en winst, de machtsverhoudingen fundamenteel verschuiven. De werkplek wordt democratischer, ongelijkheid neemt af en werknemers voelen zich meer betrokken bij hun werk. [2][3] Werk veranderd naar een democratisch systeem, waarbij de democratie niet stopt bij de stembus.
Coöperaties laten zien dat bedrijven prima kunnen functioneren zonder privé-eigenaars die winst afromen. Ze bewijzen dat kapitalisten geen noodzakelijke rol spelen in de productie. Arbeiders kunnen dat zelf. Dat idee is politiek belangrijk. Het doorbreekt de mythe dat “er geen alternatief is” of dat kapitalisme "het beste systeem is". Het is een praktische uitweg die nu al toepasbaar is.
Een leerschool voor het socialisme
Wanneer mensen samen eigenaar zijn, moeten ze samen vergaderen, plannen maken, begrotingen begrijpen, conflicten oplossen, en samen beslissingen maken. Dat zijn precies de vaardigheden die nodig zijn in een socialistische economie. De werkende klasse leert hierbij op een bepaalde manier wat democratie echt is door het te doen.
In die zin zijn coöperaties kleine stukjes socialisme binnen het kapitalisme. Ze bouwen het nieuwe al op, terwijl het oude nog bestaat. Econoom Geert Reuten benadrukt dat het kapitalisme een systeem is waarin eigendom en staat samen de macht van kapitaal organiseren, en niet alleen een markt. Zolang eigendom geconcentreerd blijft bij een kleine klasse, blijft ongelijkheid bestaan. [4] Coöperaties doorbreken juist die concentratie van eigendom. Ze brengen bezit en zeggenschap terug naar de mensen die het werk doen.
Democratie betekent zeggenschap over arbeid
Natuurlijk lossen coöperaties niet alles op. Ze bestaan nog steeds binnen een kapitalistische markt. Banken, grote bedrijven en overheden kunnen hen onder druk zetten. Zonder vakbonden en politieke strijd blijven ze kwetsbaar. Maar zonder zulke voorbeelden blijft socialisme een theorie zonder praktijk. We hebben beide nodig: een strijd tegen het systeem én een opbouw van alternatieven. We kunnen niet niks doen en wachten tot socialisme centraal opgebouwd wordt voordat we een verschil gaan maken. Daar is vooropbouw voor nodig. Hier zijn ook vakbonden belangrijk voor.
Echte democratie betekent meer dan stemmen eens in de vier jaar, als er geen kabinet valt. Het betekent ook zeggenschap over je werk, je inkomen en de productie van rijkdom. Als arbeiders houden wij de samenleving draaiende, en dan moeten wij ook beslissen hoe die samenleving werkt. Daarom moeten we ons organiseren, niet alleen in partijen of organisaties maar ook op onze eigen werkvloer.
Dat is economische democratie.
Dat is socialisme in de praktijk.
Bronvermelding
[01] Inaugural Address of the International Working Men’s Association (over coöperatieve productie als stap naar arbeidersmacht) van KARL MARX
[02] Democracy at Work: A Cure for Capitalism van RICHARD WOLFF
[03] Understanding Socialism van RICHARD WOLFF
[04] Design of a Worker Cooperatives Society van Geert Reuten