Heeft China het socialisme verlaten?
De tweede editie van Doorgeprikt. Een vereenvoudigde analyse van China’s economische systeem en socialistische ontwikkeling
Publicatie: 17 april 2026
I. Inleiding
Na de dood van voorzitter Mao leidde Deng Xiaoping het hervormings- en openstellingsbeleid (Reform & Opening Up). Dit zorgde voor een aanzienlijke economische liberalisering. Iedereen, van liberalen tot diverse ultralinkse denkers, vindt dat China zijn socialistische project hier heeft opgegeven. Hoewel ik niet denk dat China momenteel socialistisch is, vind ik het onjuist om te stellen dat het de socialistische opbouw heeft verlaten.
Hoewel China het socialisme (de lagere fase van het communisme zoals beschreven door Marx en Lenin) nog niet heeft bereikt, blijft het vasthouden aan de socialistische opbouw en de principes van het marxistisch-leninisme. Het hedendaagse China wordt bestuurd door een economisch systeem dat Lenin "staatskapitalistisch" noemde. In Lenins formulering manifesteerde dit zich in de NEP, die hij in de Sovjet-Unie implementeerde. In China staat dit bekend als de socialistische markteconomie (of kortweg SME).
II. Het model van staatskapitalisme
Wanneer mensen vandaag de dag spreken over “staatskapitalisme”, laat dit vaak zien dat zij kapitalisme, en al helemaal socialisme, niet goed begrijpen. De term wordt zo vaak en zo willekeurig gebruikt, bijvoorbeeld voor de Sovjet-Unie en andere socialistische projecten, dat hij soms bijna betekenisloos lijkt.
Toch bedoel ik iets heel specifieks wanneer ik China's economie staatskapitalistisch noem. De ontwikkeling van een samenleving van het ene productiesysteem naar het andere is een wetmatig proces. Het is niet mogelijk om direct van feodalisme naar communisme te gaan zonder tussenstappen.
Sommige ultra-linkse stromingen doen het begrip “productiekrachten” af als onzin of “Dengistisch gebrabbel”. Dit is onjuist en laat zien dat zij de marxistische theorie die zij zeggen te volgen niet goed begrijpen.
Marx legt dit duidelijk uit in The German Ideology. Om het communisme te bereiken, moeten de productiekrachten voldoende ontwikkeld zijn. Zonder deze ontwikkeling kan communisme alleen lokaal of primitief bestaan. Zoals Marx schrijft:
“...this development of productive forces [...] is an absolutely necessary practical premise because without it want is merely made general, and with destitution the struggle for necessities [...] would necessarily be reproduced [...] Without this, (1) communism could only exist as a local event; (2) [...] (3) each extension of intercourse would abolish local communism.”
Met andere woorden: zonder voldoende economische ontwikkeling ontstaat er alleen armoede en strijd om basisbehoeften. Echt communisme is dan niet mogelijk.
Het negeren van de ontwikkeling van productiekrachten en het overslaan van kapitalistische ontwikkeling is daarom utopisch. Het is idealisme en gaat in tegen het dialectisch materialisme. Historisch gezien is kapitalisme een vooruitgang ten opzichte van feodalisme. China heeft deze fase nooit volledig doorlopen voordat het onder Mao probeerde socialisme op te bouwen. Daarom is het noodzakelijk dat China eerst kapitalistische ontwikkeling voltooit voordat het een hogere fase kan bereiken.
Voor wie historisch materialisme niet begrijpt, klinkt dit schokkend: hoe kan een communist nou pleiten voor kapitalistische ontwikkeling? Maar maatschappelijke ontwikkeling verloopt stap voor stap. Kleine veranderingen leiden uiteindelijk tot grote sprongen.
Stalin legt dit helder uit in Dialectical and Historical Materialism:
“The slave system would be senseless [...] under modern conditions. But under the conditions of a disintegrating primitive communal system, the slave system [...] represents an advance [...]
Everything depends on the conditions, time and place.
[...] only such an approach saves the science of history from becoming a jumble of accidents [...]”
Wat vooruitgang is, hangt dus af van tijd, plaats en omstandigheden. Zonder deze historische benadering is het onmogelijk om maatschappelijke ontwikkeling te begrijpen.
Als we accepteren dat kapitalistische ontwikkeling nodig is voor socialisme, ontstaat een nieuwe vraag: wat maakt staatskapitalisme anders dan normaal kapitalisme, en waarom is het nuttig voor de arbeidersbeweging?
Staatskapitalisme is geen samenwerking tussen klassen. Integendeel. Sommige ultra’s vergelijken het zelfs met het corporatisme van Mussolini, maar dat is volledig onjuist. In The Tax in Kind legt Lenin uit dat staatskapitalisme geen tegenstelling is met socialisme, maar een strijd tussen de arbeidersstaat en de bourgeoisie:
“It is not state capitalism that is at war with socialism, but the petty bourgeoisie plus private capitalism fighting together against state capitalism and socialism [...]”
Het zijn dus juist kleine ondernemers en privékapitaal die zich verzetten tegen staatscontrole, niet de arbeidersklasse.
Onder de omstandigheden van de Sovjet-Unie en later China was staatskapitalisme een progressieve kracht. Hoewel er nog loonarbeid en geld bestaan, is dit systeem niet hetzelfde als het kapitalisme van de bourgeoisie. Het is belangrijk om te benadrukken dat loonarbeid en geld ook onder Mao niet waren afgeschaft.
Lenin beschrijft het verschil als volgt:
“The workers hold state power [...] State capitalism would be a gigantic step forward [...] because it is useful for the workers [...] and it will lead us to socialism by the surest road [...]”
De kern is dat de arbeiders via de staat de macht hebben en de economie kunnen sturen. Staatskapitalisme helpt om economische chaos te verminderen en grote productie te organiseren.
Klassenstrijd bestaat nog steeds onder staatskapitalisme, maar de politieke macht ligt bij de arbeidersklasse. Het doel is om kapitalistische ontwikkeling te gebruiken om de economie te stabiliseren en uiteindelijk de voorwaarden te scheppen voor socialisme.
Staatskapitalisme is dus geen eindpunt. Het is louter een fase. Het helpt om de anarchie van productie te verminderen en maakt het mogelijk voor de arbeidersklasse om later volledig de macht te nemen en de eerste fase van het communisme te realiseren.
III. Hoe werkte de NEP in de Sovjet-Unie?
Na de Russische Revolutie voerden de Bolsjewieken een tijdelijke periode van staatskapitalisme in. Deze periode stond bekend als de NEP (Nieuwe Economische Politiek). Later werd deze fase beëindigd onder Stalin, waarna de Sovjet-Unie overstapte naar volledig socialisme.
Tijdens de NEP was er nog geen volledige centrale planning. De economie werd nog gekenmerkt door wat Marxisten de “anarchie van productie” noemen. Toch greep de Sovjetstaat actief in om de economie te sturen en te ontwikkelen.
Lenin beschreef de kern van de NEP in “Notes for a Report: Five Years of the Russian Revolution and the Prospects of the World Revolution” als volgt:
“7. What is the plan or idea or essence of NEP?
Retention of the land in the hands of the state;
the same for all commanding heights in the sphere of means of production (transport, etc.);
freedom of trade in the sphere of petty production;
state capitalism in the sense of attracting private capital (both concessions and mixed companies).”
Dit betekende concreet:
- De staat behield controle over land en belangrijke sectoren
- De “commanding heights” van de economie bleven in staatsbezit
- Kleine handel en productie werden toegestaan
- Privékapitaal werd gedeeltelijk ingezet via concessies en gemengde bedrijven
In grote lijnen lijkt dit sterk op de huidige Chinese economie. Er zijn verschillen, zoals de integratie in de wereldeconomie, maar de basisprincipes van de NEP zijn terug te zien in de socialistische markteconomie van China. Hoewel China nog niet de eerste fase van het communisme heeft bereikt, laat dit zien dat het land de ideeën van Lenin over socialistische opbouw niet heeft losgelaten.
Het doel van de NEP was duidelijk: de ontwikkeling van kapitalistische productie mogelijk maken, zodat socialisme later opgebouwd kon worden. Lenin beschreef dit als een tijdelijke terugtrekking om sterker terug te komen.
Hij schreef hierover:
“Changes in the forms of socialist development are necessary [...] they are retreating in order to make better preparations for a new offensive against capitalism. In particular, a free market and capitalism, both subject to state control, are now being permitted and are developing [...] the socialized state enterprises are being put on what is called a profit basis [...]”
Met andere woorden: de Sovjetstaat liet tijdelijk marktmechanismen toe, maar hield deze onder controle. Tegelijkertijd werden staatsbedrijven efficiënter gemaakt door ze op commerciële basis te laten werken.
Door de achterstand en armoede in het land kon dit tijdelijk leiden tot spanningen tussen arbeiders en bedrijfsleiding. Lenin erkende dit, maar zag het als een noodzakelijke fase in de ontwikkeling.
Deze analyse is goed toe te passen op het huidige China. Ook daar zien we een vorm van staatskapitalisme, maar dan onder leiding van een arbeidersstaat. Het doel blijft hetzelfde: het ontwikkelen van de productiekrachten en het voorbereiden van de overgang naar socialisme.
IV. China’s weg van socialistische opbouw
De Chinese economie is zeer complex. Om deze goed te begrijpen, moeten we ons richten op de belangrijkste kenmerken. In tegenstelling tot kapitalistische landen is in China de economie door de staat gedomineerd.
China functioneert onder wat marxisten de dictatuur van het proletariaat noemen. De Communistische Partij van China (CPC, en dus niet CCP) noemt dit een “volksdemocratische dictatuur”: een systeem geleid door de arbeidersklasse, gebaseerd op een alliantie tussen arbeiders en boeren.
China erkent dat het nog steeds een markteconomie heeft. Het verschil zit in de rol van de staat in deze economie. De staat speelt geen aanvullende rol, zoals in kapitalistische landen. De staat heeft juist een dominante positie en bepaalt de richting van de economie.
Volgens de grondwet van de Volksrepubliek China staat in Hoofdstuk 1, vrij vertaald:
Artikel 6: De basis van het socialistische economische systeem van de Volksrepubliek China is socialistisch publiek eigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom door het hele volk en collectief eigendom door werkenden. Dit systeem heeft de uitbuiting van mens door mens afgeschaft en volgt het principe: “van ieder naar vermogen, aan ieder naar arbeid.”
In de primaire fase van het socialisme houdt de staat vast aan een economisch systeem waarin publiek eigendom dominant is, terwijl verschillende vormen van eigendom naast elkaar bestaan. Ook wordt inkomen voornamelijk verdeeld op basis van arbeid, terwijl er daarnaast andere vormen van verdeling bestaan.
Artikel 7: De staatssector van de economie is de leidende kracht. De staat zorgt voor de versterking en ontwikkeling van deze sector.
Dit laat zien dat er op constitutioneel niveau een duidelijke inzet is voor staatsdominantie en publiek eigendom. Dit gaat verder dan kapitalistische staten, waar de overheid slechts algemene richtlijnen geeft. In China heeft de staat directe controle over de belangrijkste delen van de economie.
Net als tijdens de NEP behoudt de CPC controle over de zogenaamde “commanding heights” van de economie: de belangrijkste sectoren en grondstoffen.
Deze sectoren omvatten onder andere: luchtvaart, banken, aluminium, architectuur, auto-industrie, chemie, steenkool, katoen, elektronica, techniek, bosbouw, zware industrie, goud, graan, machines, inlichtingendiensten, ijzer, materialen, metallurgie, mijnbouw, non-ferro metalen, kernenergie, scheepvaart, olie, farmaceutische industrie, postdiensten, spoorwegen, zout, wetenschappelijk onderzoek, scheepsbouw, zijde, staal, telecom, toerisme en nutsvoorzieningen.
In deze sectoren hebben staatsbedrijven een monopolie of dominante positie en zijn zij verplicht om de vijfjarenplannen te volgen.
Bijvoorbeeld: veel van de grootste staalproducenten in China zijn staatseigendom. Hierdoor heeft de overheid controle over de productie en distributie van een cruciale grondstof voor industrie en infrastructuur [7].
Lenin noemde dit niet voor niets de “commanding heights”. Wie deze sectoren controleert, heeft invloed op de rest van de economie. Bedrijven die afhankelijk zijn van grondstoffen zoals olie of petrochemische producten moeten namelijk via deze staatssector opereren.
Onderzoek laat zien dat er in China vaak sprake is van “verstatelijking zonder volledige privatisering”. Bedrijven die op papier commercieel of privé lijken, functioneren in de praktijk vaak als staatsbedrijven. Dit komt doordat de staat een controlerend belang heeft, bijvoorbeeld via gemengde eigendom [8].
De CPC heeft daardoor indirect controle over veel bedrijven die officieel als “privé” worden gezien. Deze bedrijven zijn vaak collectief eigendom van grotere staatsbedrijven, waardoor de invloed van de staat op de economie nog groter wordt.
Daarnaast heeft China belangrijke delen van wetenschappelijk onderzoek genationaliseerd. Hierdoor kan technologische ontwikkeling gestuurd worden in het belang van de samenleving, in plaats van winst voor bedrijven [9].
Ondanks een grote private sector en het bestaan van kapitalistische productie, voert China uitgebreide economische planning uit. Vijfjarenplannen, staatsbedrijven en gemengde ondernemingen zorgen ervoor dat de staat de belangrijkste sectoren controleert.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, verschilt dit in essentie niet veel van de Sovjetplanning. In de Sovjet-Unie ontwikkelde Gosplan een systeem om investeringen en productie te sturen. In China doet de National Development and Reform Commission iets vergelijkbaars, door industriebeleid, prijzen, investeringen en infrastructuur te sturen.
China’s planning is in sommige opzichten zelfs uitgebreider. De vijfjarenplannen richten zich niet alleen op economische groei, maar ook op milieudoelen zoals CO₂-reductie.
Doordat staatsbedrijven de belangrijkste sectoren domineren, wordt de basis gelegd voor het verminderen van chaos en concurrentie in de productie. De eerste fase van het communisme (socialisme) kan pas bereikt worden wanneer loonarbeid en geld verdwijnen. In die fase worden deze vervangen door arbeidscertificaten die niet gebruikt kunnen worden om productiemiddelen te kopen.
Lenin beschrijft dit in The State and Revolution:
“The means of production are no longer the private property of individuals. The means of production belong to the whole of society. Every member of society [...] receives a certificate [...] and receives [...] a corresponding quantity of products [...]”
Naarmate China meer sectoren nationaliseert en de invloed van privékapitaal vermindert, beweegt het volgens deze visie richting de eerste fase van het communisme zoals Lenin die beschreef.
V. Kritiek
Sommige marxisten stellen dat het huidige Chinese systeem wel lijkt op de NEP, maar dat er één groot verschil is: de duur. De NEP in de Sovjet-Unie duurde ongeveer zeven jaar, terwijl China al tientallen jaren een vorm van markteconomie heeft.
Volgens deze kritiek is China dus te lang in deze fase gebleven. Toch kan men ook het tegenovergestelde beargumenteren: deze langere periode kan juist noodzakelijk zijn geweest.
De Sovjet-Unie stortte uiteindelijk in en werd gedwongen om kapitalistische ontwikkeling door te maken zonder leiding van een arbeidersstaat. China daarentegen bestaat nog steeds en heeft zich economisch sterk ontwikkeld. China heeft gebruikgemaakt van de snelle groei van kapitalistische productiekrachten, terwijl het tegelijkertijd probeerde de schade voor de arbeidersklasse te beperken.
Dat betekent niet dat er geen problemen zijn. Sinds de hervormingen van Deng Xiaoping is de ongelijkheid toegenomen. Ook zijn er gevallen van slechte arbeidsomstandigheden en schendingen van arbeidsrechten. Deze kritiek is terecht, en zelfs de CPC erkent deze problemen.
Het is echter belangrijk om te begrijpen dat slechte arbeidsomstandigheden niet uniek zijn voor China. Ze komen voor in vrijwel alle ontwikkelingslanden. Tegelijkertijd heeft de CPC stappen gezet om deze problemen te verminderen en de rechten van arbeiders te versterken.
De CPC is zich bewust van deze tegenstellingen. In 2017 stelde Xi Jinping dat ongelijkheid de belangrijkste tegenstrijdigheid in de Chinese samenleving is geworden [10]. Sindsdien heeft China grote maatregelen genomen om ongelijkheid en sociale problemen aan te pakken.
Een concreet voorbeeld is de sluiting van bijna alle private kolenmijnen in de provincie Shanxi, de grootste kolenproducerende regio van China. Deze sluitingen vonden plaats vanwege milieuproblemen en slechte arbeidsveiligheid [11][12]. Het is daarbij belangrijk om te weten dat deze private mijnen meestal klein waren, terwijl de grote staatsmijnen veel groter en beter georganiseerd zijn.
Het beleid rond veiligheid in kolenmijnen is een van de meest succesvolle voorbeelden van overheidsingrijpen in China in de afgelopen twintig jaar. Het aantal doden door mijnongelukken daalde van 7.625 in 1989 naar 225 in 2020 [13].
Dit laat zien dat, ondanks bestaande problemen, de Chinese staat actief probeert om de negatieve gevolgen van kapitalistische ontwikkeling te beperken en te corrigeren.
VI. Conclusie
China heeft op dit moment nog niet de laagste fase van het communisme bereikt. Dat valt niet te ontkennen. Loonarbeid en geld bestaan nog steeds, en de markteconomie speelt een significante rol. Toch betekent dit niet dat China het socialistische pad heeft verlaten. Integendeel: de huidige Chinese economie vertegenwoordigt een voortzetting en verdere ontwikkeling van de marxistisch-leninistische theorie van socialistische opbouw onder concrete historische omstandigheden.
De Volksrepubliek China volgt een pad dat vergelijkbaar is met, maar verder ontwikkeld is dan, Lenin’s Nieuwe Economische Politiek (NEP). Waar de Sovjet-Unie gedwongen werd deze fase voortijdig te beëindigen, en uiteindelijk zelfs instortte, heeft China een langdurigere en stabielere toepassing van staatskapitalistische methoden onder leiding van een arbeidersstaat weten te realiseren. Dit heeft geleid tot een ongekende ontwikkeling van de productiekrachten, zonder dat de staat de controle over de “commanding heights” van de economie heeft opgegeven.
Geen enkele liberale kapitalistische staat plant, stuurt en controleert haar economie op dezelfde schaal als China. Vijfjarenplannen, staatsbedrijven, strategische sectorcontrole en nationale ontwikkelingsdoelen vormen de kern van het Chinese model. Dit wijst op een gecontroleerde en doelgerichte ontwikkeling richting socialisme, en dus niet op een terugkeer naar kapitalisme.
Dat betekent niet dat China vrij is van tegenstellingen of problemen. Een bestaande kapitalistische klasse, ongelijkheid, slechte arbeidsomstandigheden en regionale verschillen blijven reële kwesties. Deze zijn kenmerkend voor alle ontwikkelende economieën. Het verschil is dat de Chinese staat deze tegenstellingen erkent en actief probeert te beheersen en op te lossen binnen een socialistisch kader.
Het is belangrijk om te benadrukken dat historische ontwikkeling geen gegarandeerd proces is. Het is theoretisch mogelijk dat China afwijkt van het socialistische pad. Echter, op basis van het huidige beleid, met name onder leiding van Xi Jinping, lijkt de tendens eerder richting verdere socialistische consolidatie dan liberalisering.
Westerse analyses van China zijn vaak oppervlakkig en ideologisch gekleurd. Zij beoordelen China niet op basis van historisch materialisme, maar bekijken en beoordelen China vanuit een liberaal en kapitalistisch kader. Een land dat zich bevindt in een overgangsfase kan niet beoordeeld worden alsof het zich reeds in een eindstadium bevindt. China is geen voltooide socialistische economie, maar een arbeidersstaat in ontwikkeling. Het is een land dat actief bezig is met de materiële opbouw van socialisme.
Bronvermelding
[1] Karl Marx "The German Ideology"
[2] Josef Stalin "Dialectical and Historical Materialism"
[3] Lenin "The Tax in Kind"
[4] Lenin "Notes for a Report: Five Years of the Russian Revolution and the Prospects of the World Revolution"
[5] Grondwet Volksrepubliek China
[6] Lenin "State and Revolution"
[7] World Steel Association, “Top Producers,” geraadpleegd via: https://www.worldsteel.org/statistics/top-producers.html
[8] Curtis J. Milhaupt & Wentong Zheng, “Beyond Ownership: State Capitalism and the Chinese Firm,” University of Michigan, geraadpleegd via: https://repository.law.umich.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=3021&context=articles
[9] MERICS, “Controlling the Innovation Chain,” geraadpleegd via: https://merics.org/en/report/controlling-innovation-chain
[10] South China Morning Post, “How Xi’s redefinition of ‘principal contradiction’ could reshape China,” geraadpleegd via: https://www.scmp.com/news/china/policies-politics/article/2115955/how-xis-redefinition-principal-contradiction-could
[11] Financial Times, "Coal mine crackdown ignites land grab fears", geraadpleegd via: https://archive.ph/A8GbZ
[12] Forbes, "Black Future", geraadpleegd via: https://archive.ph/rCN1K#selection-489.0-506.0
[13] ScienceDirect, “Coal mine safety in China,” geraadpleegd via: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0301420722002252